Voorlopig getuigenverhoor

Tijdens twee verschillende pleidooien bij twee verschillende gerechtshoven vorige maand, werd door de rechter de opmerking gemaakt, dat de procedure vast niet aanhangig zou zijn gemaakt indien eiser (in beide zaken de wederpartij) vóór het uitbrengen van de dagvaarding in eerste aanleg gebruik had gemaakt van de mogelijkheid van het “voorlopig getuigenverhoor”.

In die procedures bleek nog maar eens hoe belangrijk het is dat er geen onduidelijkheid bestaat over de feiten die aan de rechter worden voorgelegd. Indien dit echter wel het geval is komt dit veelal voor rekening én risico van de eisende partij.

In de beide procedures was gebleken tijdens het “normale” getuigenverhoor in eerste aanleg dat de getuigen moeite hadden te verklaren over de voorvallen die meer dan vijf jaar daarvoor hadden plaatsgevonden. Er kwamen veel tegenstrijdigheden voor in de getuigenverklaringen van de verschillende getuigen. Ook werd door de getuigen veelvuldig aangegeven dat zij zich bepaalde zaken niet meer konden herinneren. Het is lastig, dan wel onmogelijk, om een exacte weergave te geven van hetgeen lang voor een getuigenverhoor is voorgevallen. Hier komt het belang van het voorlopig getuigenverhoor om de hoek kijken.

Doelen van het voorlopig getuigen-verhoor

Het voorlopig getuigenverhoor is een handig hulpmiddel om bijvoorbeeld te voorkomen dat bewijs verloren gaat. Naarmate de tijd verstrijkt is het zoals in de hierboven genoemde gevallen goed denkbaar dat getuigen zich bepaalde feiten en gebeurtenissen minder goed of niet meer zullen herinneren.

Maar niet alleen ter voorkoming van het verloren gaan van bewijs kan om een voorlopig getuigenverhoor worden verzocht. Ook kunnen belanghebbenden bij een eventueel naderhand bij de burgerlijke rechter aanhangig te maken geding door middel van het voorlopig getuigenverhoor opheldering verkrijgen omtrent de (wellicht nog niet bekende) feiten. Op deze wijze kan een belanghebbende in staat worden gesteld om zijn positie te beoordelen, en kan aan de hand daarvan worden bepaald of het zinvol is over te gaan tot het uitbrengen van een dagvaarding.

Wie kan een verzoek doen?

Een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor kan worden gedaan door een belanghebbende, te weten:
(i) degene die het aanspannen van een procedure bij de burgerlijke rechter overweegt;
(ii) degene die verwacht dat tegen hem een procedure zal worden aangespannen;
(iii) dan wel een derde die anderszins bij het geding belang heeft.

Een voorlopig getuigenverhoor kan plaatshebben vóórdat een geding aanhangig is, maar het kan ook tijdens een reeds aanhangig geding op verzoek van een partij worden bevolen.

Afwijzingsgronden

Degene die om een voorlopig getuigenverhoor verzoekt heeft in beginsel recht op zo’n verhoor, behoudens het bestaan van een afwijzingsgrond. De rechter dient na te gaan of zo’n afwijzingsgrond aanwezig is.

Het verzoek zal worden afgewezen indien het niet gedaan is door een belanghebbende zoals in bovengaande reeds omschreven, alsmede indien een daadwerkelijk belang bij het verzoek eigenlijk ontbreekt.
Tevens zal het verzoek worden afgewezen indien “misbruik” wordt gemaakt van het middel van het voorlopig getuigenverhoor. Hiervan kan sprake zijn wanneer de verzoeker wegens de onevenredigheid van de over en weer betrokken belangen in redelijkheid niet tot toepassing van die bevoegdheid kan worden toegelaten. In jurisprudentie is dit criterium verder ingekleurd.
Bij strijd met de goede procesorde kan het verzoek eveneens worden afgewezen. Het stadium waarin de procedure verkeert op het moment dat het verzoek wordt gedaan speelt een grote rol bij deze afwijzingsgrond.

Als laatste kan het verzoek worden geweigerd indien de rechter oordeelt dat een door de wederpartij gemaakt bezwaar tegen het houden van een voorlopig getuigenverhoor zwaar dient te wegen.

Indien een wederpartij bekend is zal deze in de regel worden gehoord op het verzoek. Daarna zal de rechter bepalen of het verzoek al dan niet wordt toegewezen.

Al dan niet instellen van hoger beroep

In het geval het verzoek om het voorlopige getuigenverhoor wordt toegewezen is er geen hoger beroep tegen deze uitspraak van de rechter mogelijk. Dit geldt niet voor iemand die niet als wederpartij was aangeduid in het verzoekschrift waarin het verzoek werd gedaan, maar wel een rechtstreeks belang had om de toewijzing van het verzoek te voorkomen.

Het verbod om tegen een toewijzend vonnis in hoger beroep te gaan wordt daarnaast doorbroken voor zover in een hoger beroep erover wordt geklaagd dat er “essentiële vormen” zijn verzuimd door de rechter. Ook in het geval een partij van mening is dat het middel ten onrechte buiten toepassing is gelaten kan hij hoger beroep instellen.

Chipshol/Schiphol

In een onlangs door de Hoge Raad gewezen arrest in de zaak Chipshol tegen Luchthaven Schiphol N.V. heeft de Hoge Raad geoordeeld dat in een procedure tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor niet wordt getoetst of de in te stellen vordering toewijsbaar is. Over de precieze aard van de in te stellen vordering of de omvang van de geleden schade behoeft de verzoeker zich niet uit te laten. De Hoge Raad heeft benadrukt dat het er bij een voorlopig getuigenverhoor immers om gaat om opheldering te verkrijgen omtrent van belang zijnde feiten om de verzoeker zo in staat te stellen zijn positie te bepalen.

Slot

Indien wij van mening zijn dat een voorlopig getuigenverhoor wenselijk is zullen wij u daar altijd op wijzen. Het loont daarnaast om contact op te nemen met uw advocaat in het geval er iets is voorgevallen en u denkt dat het wellicht raadzaam is dat hieromtrent getuigenverklaringen worden afgelegd om te voorkomen dat bewijs verloren gaat.

 

Charlotte Spierings

cspierings@plp.nl

010 440 64 81


02_nieuws.jpg