Betaling griffierechten - te laat is te laat.

Het is alweer meer dan een jaar geleden dat de Wet Griffierechten in Burgerlijke Zaken in werking trad. Een belangrijke verandering die deze wet met zich heeft meegebracht is dat indien de ver-schuldigde griffierechten niet tijdig worden voldaan dit leidt tot ontslag van instantie of niet-ontvankelijkheid. Een maatregel met vergaande gevolgen.

De rechter kan de zojuist genoemde gevolgen slechts achterwege laten indien de maatregel ‘gelet op het belang van één of meer van de partijen bij toegang tot de rechter, zal leiden tot een onbil-lijkheid van overwegende aard’,  aldus artikel 127a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvorde-ring.

Dat er weinig ruimte is voor toepassing van deze ‘hardheidsclausule’ is inmiddels meerdere malen door de Hoge Raad bepaald. In november 2011 is een aantal arresten gewezen waarin, kort ge-zegd, is bepaald dat de hardheidsclausule slechts opgaat indien onjuiste of verwarrende medede-lingen zijn gedaan vanuit de gerechtelijke administratie (HR 4 november 2011, LJN BQ7045 en HR 4 november 2011, LJN BU3348).

Recentelijk heeft de Hoge Raad (20 januari 2012, LJN BU9210) nog eens duidelijk gemaakt dat te laat echt te laat is. In een familiezaak had de man cassatie ingesteld na een beschikking van het gerechtshof ’s-Gravenhage. De vrouw had een verweerschrift ingediend die op 31 mei 2011 door de Hoge Raad was ontvangen. De betalingstermijn van vier weken liep af op 28 juni 2011. Beta-ling van de griffierechten vond pas plaats op 30 juni 2011.

De (advocaat van de) vrouw heeft een beroep gedaan op de hardheidsclausule. Hierbij werd onder andere gesteld dat de correspondentie rondom de betreffende nota verwarrend was, en dat een medewerker bij het advocatenkantoor belast met betaling van de griffierechten arbeidsongeschikt was. Hetgeen aangevoerd mocht echter niet baten, de Hoge Raad stelt dat de aangevoerde gronden het beroep op de hardheidsclausule niet rechtvaardigen, en laat het verweerschrift buiten beschouwing. De Hoge Raad hecht hierbij waarde aan het feit dat de vrouw (verplicht, want immers cassatie) werd bijgestaan door een advocaat.

Overigens geldt voor het kort geding een afwijkend regime, hier is griffierecht pas verschuldigd nadat de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden.

De conclusie moge duidelijk zijn; de termijnen voor betaling van de griffierechten zijn fataal. De-gene die het griffierecht verschuldigd is moet nog altijd zelf na denken. Meedenken hierin en waakzaam zijn is derhalve inmiddels ook een van de taken van de hedendaagse advocaat.

Meer informatie

Jeremy Schutte
T
+31 10 440 64 47
M
+31 6 13 32 76 56
E jschutte@plp.nl

Ploum Lodder Princen
Advocaten en Notarissen

Blaak 28
3011 TA Rotterdam
Postbus 711
3000 AS Rotterdam

T +31 010 440 64 40
F +31 010 436 44 00
E info@plp.nl

Algemene voorwaarden
Faillissementsverslagen

Disclaimer
Sitemap